• 110 jaar OJC: waar het allemaal begon

    15 okt 2020
  • Ons jubileumjaar is extra bijzonder, maar laten we niet zomaar voorbij gaan. OJC ROSMALEN blikt de komende tijd terug op een periode van mooie momenten en benoemingswaardigheden van de vereniging in de afgelopen 110 jaar. We starten met het eerste decennium van het voetballen in Rosmalen: 1910 tot 1920.

    Het voetbal van toen
    Het georganiseerde Nederlandse voetbal begon zijn eerste vormen aan te nemen tussen 1879, oprichting eerste club van ons land, en 1889, de oprichting van de voorloper van de KNVB; de Nederlandschen Voetbal- en Atletische Bond. In 1890 werd er in ’s-Hertogenbosch gestart met de sport en zo’n twintig jaar later volgde Rosmalen.
    In 1910 was voetballen alles behalve een luxe. Er was eigenlijk niets om handen om de sport mee uit te oefenen. Helemaal niets. Geen bal, geen veld, geen goals, geen tenues. Verder keek de kerkelijke macht streng toe en deze was niet altijd even positief over het spelletje.

    Toch begon er wat te kriebelen in ons boerendorp Rosmalen. Een aantal jongens en in het bijzonder Jo Lambermont zetten de schouders eronder en startten een ‘klup’ met de naam O.D.I. Naast Jo hebben we de oprichting van de voetbalvereniging te danken aan zijn broer Harry, de gebroeders Willem en Harry Langens, Thé Kanters, Marinus van Herpen, Frans Vos, Lé van Druenen, Jan Spoor, de Belg Felix Eijskens, Has Voets, Piet van der Plas en Marinus en Gerardus Hermens. Bij de familie Hermens ontstond ook het eerste clubhuis, bestaande uit de werkplaats van de familie.

    Geen glorieuze start
    Dat deze heren pioniers waren, is zacht uitgedrukt. De hardwerkende bevolking van het dorp zat helemaal niet te wachten op ‘onrust’, laat staan op kerels uit andere dorpen die hier naartoe zouden komen dankzij de komst van het voetbal. Toch zette het eerste team door. Na de aanschaf van een bal en het nodige oefenen werd Willem III uit Orthen uitgenodigd voor een wedstrijd. Een echte strijd was het niet, voor de gasten uit Orthen dan. O.D.I. werd van de hobbelige mat geveegd met 13 doelpunten tegen 0. Toch gaf de ploeg niet op. Na nog meer trainen werd er na een wandeling via de Heinis over de Herven met enkel 5-1 verloren van dezelfde tegenstander. Een kampioenselftal stond er dus nog niet helemaal.

    Verder gooide de kerkelijke macht in de prille jaren roet in het eten, waardoor het vinden van nieuwe spelers dusdanig moeilijk werd dat de club werd opgeheven. Gelukkig maar voor even. Met vernieuwing in de parochie kwam er een ook nieuw leven voor O.D.I.

    Een duwtje in de rug
    In 1916 gebeurde er bijna het tegenovergestelde wanneer het gaat om de invloeden van de kerk. Kapelaan de Grood zag heil in het voetbal en bleek een echte jeugd- en voetballeider. Enkele jongens van het eerste uur pakten de draad weer op en in 1918 werd er voor het eerste jaar deelgenomen aan een officiële competitie. Een belangrijke toevoeging is die van Dirk Verbiesen en daarmee zijn familie. Moeder Verbiesen is namelijk onnoemelijk belangrijk geweest in de eerste jaren, waarin er dan ook naast haar woning werd gevoetbald en waarin ze de huisvesting bood voor de spelers.

    Verder hadden de jongens materialen nodig. Beschermheer van de vereniging, notaris J.H.J. van de Mortel, bood dit aan op een voorwaarde; dat er gespeeld zou worden in de nu nog bekende kleuren. Het Rood-Zwart komt uit zijn familiewapen en kleurt nu nog steeds ons thuistenue.

    Binnenkort, in deel 2 van deze blik in onze clubgeschiedenis, meer over de periode waarin de originele clubs - O.D.I. en Juliana - ieder nog hun eigen weg bewandelden. Dan belichten we de jaren 1920 tot 1940.

  • De eerste foto van O.D.I. gedateerd uit 1919
  • De eerste foto van O.D.I. gedateerd uit 1919