Scheids (en leden), ken je spelregels! (6)

28 april 2018 door Hans ten Hoove
www.ojcrosmalen.nl
Tijdens wedstrijden krijgen we allemaal te maken met spelregels. Van de scheidsrechter mag verwacht worden dat hij/zij ze allemaal kent en ook juist toepast. Maar hoe zit het met de spelregelkennis van onze leden? Iedere maand presenteren we een drietal spelregelvragen aan jullie, met daaronder de antwoorden. Hiermee hopen we de spelregelkennis wat te verbeteren. Veel leesplezier en als er vragen zijn, neem dan contact op met de scheidsrechterscommissie.


Vraag 1) Een wisselspeler loopt van de spelersbank het speelveld in. In zijn eigen strafschopgebied trapt hij een tegenstander. De scheidsrechter heeft het trappen van de twaalfde speler zien gebeuren. Hoe reageert hij?

A. Hij onderbreekt het spel, zendt de wisselspeler van het speelveld en hervat met een scheidsrechtersbal.
B. Hij onderbreekt het spel, zendt de wisselspeler van het speelveld en hervat met een indirecte vrije schop.
C. Hij onderbreekt het spel, zendt de wisselspeler van het speelveld en hervat met een strafschop.
D. Hij onderbreekt het spel, geeft de wisselspeler een waarschuwing en hervat met een strafschop.


Vraag 2) De scheidsrechter geeft een teken dat een hoekschop kan worden genomen. Er staan twee medespelers bij de bal. Speler A probeert de tegenpartij te misleiden door even de voet op de bal te zetten. De bal beweegt, maar gaat daarbij niet uit het hoekschopgebied. Medespeler B loopt vervolgens snel met de bal aan de voet richting doel en scoort. Wat moet de scheidsrechter beslissen?

A. Hij kent het doelpunt toe.
B. Hij keurt het doelpunt af omdat de bal niet duidelijk bewoog toen speler A met de voet op de bal stond en laat de hoekschop overnemen.
C. Hij keurt het doelpunt af omdat de bal niet uit het hoekschopgebied ging toen speler A de bal het tikje gaf en laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij vanuit het hoekschopgebied.
D. Hij keurt het doelpunt af, toont beide spelers een gele kaart wegens misleiding en hervat het spel met een scheidsrechtersbal bij het hoekschopgebied.


Vraag 3) Een aanvaller van partij A maakt binnen het strafschopgebied van partij B hands. Een verdediger van partij B speelt de bal nu uit de toegekende vrije schop richting de zijlijn naar een medespeler. Doordat de verdediger de bal niet goed raakt, verdwijnt de bal binnen het strafschopgebied over de doellijn. De bal is daarbij buiten het strafschopgebied geweest. Wat beslist de scheidsrechter?

A. Hij laat de vrije schop overnemen.
B. Hij kent een hoekschop toe.
C. Hij kent een doelschop toe.
D. Hij kent een doelpunt of hoekschop toe.


 

Scroll voor de antwoorden naar beneden.
 






















Antwoord vraag 1: Het juiste antwoord is C
Toelichting: Wanneer de scheidsrechter het spel onderbreekt vanwege het ingrijpen van een wisselspeler, moet hij het spel hervatten met een directe vrije schop of strafschop. Omdat het hier gebeurt binnen zijn eigen strafschopgebied is de spelhervatting een strafschop.

Antwoord vraag 2: Het juiste antwoord is B
Toelichting: Bij een hoekschop is de bal in het spel, wanneer deze is getrapt en duidelijk beweegt. Dat is in deze situatie dus niet het geval. Scheidsrechter moet de hoekschop dus laten overnemen. De bal moet worden getrapt en duidelijk bewegen. De bal hoeft niet eens het hoekschopgebied te verlaten.

Antwoord vraag 3: Het juiste antwoord is B
Toelichting: De bal is in het spel zodra deze uit de vrije schop buiten het strafschopgebied en binnen het speelveld is gebracht. Daarna gaat de bal binnen het strafschopgebied over de doellijn, getrapt door de verdediger. De spelhervatting is hierdoor dus een hoekschop.
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Klik om het volledige nieuwsarchief te tonen.
Terug naar boven